
De koolmees (Parus major) is misschien wel de bekendste tuinvogel van Nederland. Met zijn felgele borst, zwarte kop en witte wangen is hij niet over het hoofd te zien. Het vrolijke ’tie-ta-tie-ta’ geluid maakt hem ook gemakkelijk te herkennen voor wie het vogelgezang nog niet kent.
Uiterlijk en herkenning
De koolmees is met ongeveer veertien centimeter een vrij grote mees. De gele borst wordt in het midden doorsneden door een zwarte streep, die bij mannetjes breder is dan bij vrouwtjes. Een handig weetje voor wie ze in de tuin observeert.
Leefgebied en voedsel
Koolmezen voelen zich thuis in tuinen, parken en bossen. In de zomer eten ze vooral rupsen en insecten, terwijl ze in de winter overschakelen op zaden, noten en pinda’s. Vandaar dat een goed gevulde voederplank in de winter razend populair is bij deze vogel.
Nestkast in de tuin
Wil je koolmezen in je tuin verwelkomen? Hang dan een nestkast op met een invliegopening van 32 millimeter. Plaats hem op een rustige plek op minstens twee meter hoogte, met de opening gericht naar het oosten of zuidoosten. Koolmezen broeden meestal twee keer per jaar en kunnen wel tot twaalf eieren tegelijk leggen.
Een vriend in je tuin
Naast hun mooie uiterlijk zijn koolmezen ook handige bondgenoten in de tuin. Ze eten namelijk grote hoeveelheden rupsen en bladluizen, waardoor je planten gezonder blijven. Een win-winsituatie voor zowel mens als vogel.