
De Nederlandse natuur kent honderden soorten wilde bloemen, elk met een eigen verhaal. Of je nu door een weiland wandelt of langs een akkerrand fietst, met een beetje kennis ontdek je een wereld vol kleur en biodiversiteit.
Lentebloeiers
Het seizoen begint in maart met sneeuwklokjes, gevolgd door speenkruid en bosanemoon in bosgebieden. In april en mei kleuren paardenbloemen, madeliefjes en pinksterbloemen weilanden en bermen. Boterbloemen volgen kort daarna en zorgen voor de typische gele lentegloed.
Zomerbloei
De zomer is het hoogtepunt. Klaprozen, korenbloemen en margrieten geven akkerranden en bermen een feestelijk aanzien. In duinen vind je teunisbloem en duindoorn, terwijl wilde marjolein en knoopkruid in droge graslanden bloeien. Op vochtige plaatsen zie je echte koekoeksbloem en wederik.
Herfstbloemen
Ook in het najaar bloeit er nog volop. Heide kleurt de Veluwe en de Drentse zandgronden paars in augustus en september. In tuinen en bermen zie je herfsttijloos, klimop en late guldenroede tot in oktober bloeien.
Belang voor bestuivers
Wilde bloemen zijn essentieel voor bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen. Zonder hen geen bestuiving, en dus geen fruit, groenten of zaden. De achteruitgang van bestuivers hangt direct samen met het verdwijnen van bloemrijke graslanden.
Zelf wilde bloemen telen
Een stukje wilde bloemenweide aanleggen in je tuin of buurt is eenvoudig. Kies een zandige plek, zaai een inheems mengsel en maai pas in september. Binnen een seizoen zie je vlinders, hommels en vogels op je inheemse oase afkomen.